arjanvd.nl

Mijmeringen over de Dolomieten

· sport wielrennen · 1093 woorden

Later deze week vertrek ik met een aantal collega’s naar de Dolomieten om daar drie dagen te fietsen. Onvermijdelijk gaan mijn gedachten dan terug naar 2009, toen ik daar de Maratona dles Dolimites reed. Na afloop schreef ik daar het volgende over.

Vooraf

De Dolomietenmarathon is een prestatietocht vanuit La Villa, gelegen in de prachtige Italiaanse Dolomieten. Je kunt drie afstanden afleggen (55, 106 en 138 kilometer) waarbij je minimaal vier en maximaal zeven beklimmingen moet doen. Een autovrij parcours, goede verzorging onderweg, 9.000 andere fietsers met hetzelfde doel. Het kon niet anders dan een mooie dag worden.

Dit was niet de eerste keer dat ik in de bergen fietste. Het jaar ervoor had ik verschrikkelijk afgezien op de Col de la Croix de Fer in de Franse Alpen. En hoewel ik, gelukkig, was vergeten hoe de pijn toen voelde, wist ik nog wel dát ik pijn had. Ik wist ook hoe ik dat moest voorkomen: meer trainen.

Dus vanaf januari zat ik drie keer per week op de fiets – of probeerde ik dat in ieder geval. Mijn conditie verbeterde zienderogen, ik had er alle vertrouwen in. Nou ja, misschien niet àlle vertrouwen. Een klein stemmetje speelde af en toe op: ‘Die Maratona is toch heel wat. En je bent helemaal geen klimmer.’ Een ander stemmetje overschreeuwde dat heel hard: ‘Dat was Miguel Indurain eigenlijk ook niet!’ Ik schuw gewaagde vergelijkingen niet. Ook ik ben een soort god in het diepst van mijn gedachten.

In Italië

Maandagochtend kwamen Martine en ik aan in Pedraces, dichtbij La Villa. Prachtig hotel, lekker eten: daar zou het niet aan liggen. Maandagmiddag moest ik gelijk even de benen testen. Ik ging de eerste klim van de Maratona, de Passo Campolongo, aan mijn lijstje toevoegen. Na alle trainingsarbeid had ik stiekem verwacht dat ik, zeker in vergelijking met vorig jaar, de berg op zou vliegen. Dat gevoel had ik zeker niet, maar slecht ging het ook niet. Gematigd tevreden kwam ik weer terug in het hotel.

Dat kan niet gezegd worden van de volgende dag. De Passo di Valparola begon heel erg lekker, maar hoe langer de klim duurde des te minder ik het minder naar mijn zin had. Zwoegend sleepte ik mezelf naar boven. Ik wist opeens weer hoe het vorig jaar voelde op de Col de la Croix de Fer. En hoe Miguel Indurain zich in 1996 voelde op weg naar Hautacam. Daar was de top. Kloteberg.

Passo di Valparola
De kwalificatie ‘kloteberg’ doet niets af aan de schoonheid van de Passo di Valparola.

Na een dag rust begon ik met een beter gemoed aan de beroemde Sellaronde – ’s winters ook op ski’s te doen. Martine had stevig op me ingepraat en gezegd dat het echt beter zou gaan. Ik wilde dat heel graag geloven. De Passo Campolongo ging beter dan maandag, de Passo Pordoi bleek een heerlijke klim, de Passo di Sella hakte m’n moraal weer terug tot de proporties van die ochtend, waarna die weer toenam op de Passo di Gardena. Kortom, met meer vertrouwen dan toen ik vertrok, arriveerde ik in het hotel. (Dat hotel lag overigens halverwege een helling die de vergelijking met de Keutenberg aankan. Da’s niet altijd lekker als je al wat hoogtemeters achter de rug hebt.)

De vrijdag vloog ik als laatste test wel de Passo Campolongo op. (Vliegen is relatief. Veel van die gladde Italiaantjes op hun te dure fietsen vliegen namelijk nog veel harder. Maar ja, de meesten zijn ook niet groter dan 1 meter 18. En niet zwaarder dan 42 kilo.)

De dag des oordeels

Zondagochtend ging de wekker af om 4.30 uur. Start om 6.30 uur, dus ontbijten om 5.00 uur om redelijk vooraan in het startvak te kunnen staan. De ervaring leert dat ik voor zulke tochten bijna geen hap door mijn keel krijg. Martine kan daar de humor wel van inzien, ik op die momenten wat minder. Want juist als je ver moet fietsen is het handig om flink te eten. Deze ochtend kreeg ik echter verrassend veel naar binnen. Of dat goed was of slecht, bleef een vraagteken.

In het startvak moest ik nog 45 minuten wachten op het startschot. Natuurlijk moest ik nog een plasje doen van de spanning, en ik was bepaald niet de enige. Er speelde een bandje met een zegening van de paus, die de rijders in het Italiaans en Engels zegende met veel energie. ‘Dat kan nooit kwaad,’ dacht ik. Niet veel later klonk het startschot en onder de klanken van Survivor’s Eye of the Tiger rolde ik over de startmat. Piep. Ik was begonnen.

Voor de vierde keer die week reed ik de Passo Campolongo op. Maar nog niet eerder had ik er zo van genoten. Voor, achter en naast me wielrenners, zo ver als ik kon kijken (voor en achter dan). Links en rechts werd ik ingehaald, maar ik haalde ook zelf in. Dat overkomt me niet vaak bergop. Drie minuten sneller dan vrijdag kwam ik aan op de top. Geen centje pijn. Kon Miguel me maar zien.

Dat gevoel werd alleen maar sterker op de Passo Pordoi. Volop genietend reed ik omhoog, hartslag in de goede zone en acht minuten sneller dan donderdag. Euforisch kwam ik boven. Zo lekker had ik nog nooit gefietst in de bergen. Ik propte nog een koek naar binnen en vulde m’n bidons nog een keer bij met sportdrank. De twijfel ebde langzaam weg.

De Passo di Sella was veel minder zwaar dan donderdag, de Passo di Gardena was ook zo om. Voor ik het wist, stond ik weer in Corvara om de Passo Campolongo voor de tweede keer te gaan beklimmen. Nu begon ik wel wat vermoeidheid te voelen, maar dat mocht de pret niet drukken. Alleen de zesde bidon sportdrank begon me tegen te staan. Maar beter vieze drank dan geen drank. Vandaag was een slechte dag voor een hongerklop.

Vooraf had ik al gezegd dat ik de 106 kilometer ging fietsen. De Passo di Giau, met een lengte van 10 kilometer en een gemiddeld stijgingspercentage van ruim 9,5 procent was niet aan mij besteed. Dus sloeg ik op die splitsing linksaf om de Passo di Falzarego te bedwingen. Ook hier alles lekker tot drie kilometer onder de top. De motor begon te haperen. Dus toch. De moraal werd echter niet minder, want om mij heen zag ik genoeg wielrenners die er vele malen slechter uitzagen dan hoe ik me voelde. En die beduidend langzamer gingen. Er is altijd iemand nog slechter op de berg.

Relatief fris kwam ik enige tijd later over de finish, na in de afdaling mijn snelheidsrecord uit 2003 (eindelijk) scherper te hebben gesteld. Wat een fantastische tocht!

Reactieformulier