Ballen

342 woorden
geneeskunde

Eén detail dat ik niet in de informatie was tegengekomen, trok mijn aandacht in het verhaal van de arts.

‘Het voelt even alsof je in je ballen wordt geschopt.’

Ik heb twee zoons dus dat maak ik met enige regelmaat mee. ‘s Ochtends op bed, op weg naar de tramhalte, op de bank. Ik ben erop beducht, maar heb me erbij neergelegd dat het voorkomt. Prettig is het nooit.

‘Oh,’ lach ik wat ongemakkelijk, ‘dat staat nergens.’

‘Ja,’ zegt de arts die de a wat uitrekt alsof hij er nog heel veel meer over te zeggen heeft, maar dat nu niet gaat doen.

Ik laat het erbij. Het is niet dat dit me doet besluiten er nu nog van af te zien. Ik kleed me uit en ga op de tafel liggen.

De arts gaat aan de slag. Hij mompelt wat geruststellende woorden terwijl hij me verdooft. Dan waarschuwt hij me. ‘Nu gaat het even zeer doen.’

Dat doet het. Zoals een geur me onverwachts kan terugbrengen naar het verleden, herinner ik me de grond van de gymzaal van de middelbare school tijdens een potje voetbal.

De pijnscheut vraagt om een lichamelijke reactie, dus ik kreun en grinnik wat. Dubbelklappen, een beweging die ik vaker gebruik in situaties als deze, lijkt me niet handig. Het gegrinnik is ook van opluchting, merk ik. Dit was het dan.

De arts maakt echter geen aanstalten om te stoppen. Dan besef ik: ik heb er nog een. De tweede waarschuwing van de arts is al niet meer nodig, het soort pijn is nu te vers. Dat mechanisme dat de vooruitgang van de mensheid heeft zekergesteld, dat ervoor zorgt dat mensen elke ochtend toch weer hun bed uitstappen, werkt niet binnen twee minuten.

Ik zet me schrap, maar dat zorgt er niet voor dat de pijn minder is. Hoe zou dat ook? De kreun is harder dan net. Ik lach hardop, ik moet iets.

De arts zegt dat ik het goed doe. Als hij doelt op hoe ik mezelf voor de gek houd, heeft hij een punt.