Moreel kompas

858 woorden
maatschappij moraal politiek

Een artikel uit TIME achtervolgt me nu een paar weken. Het begon met de titel: There’s Nothing Virtuous About Finding Common Ground en daarna is zin na zin raak.

De auteur, Tayari Jones, beschrijft indringend waarom er maatschappelijk gezien wel degelijk sprake is van ‘goed’ en ‘fout’, en dat een positie daartussenin helemaal niets is.

The middle is a point equidistant from two poles. That’s it. There is nothing inherently virtuous about being neither here nor there. Buried in this is a false equivalency of ideas, what you might call the “good people on both sides” phenomenon.

Want er kan geen sprake zijn van werkelijke gelijkwaardigheid van ideeën, omdat deze ideeën in de praktijk uitmonden in ongelijkwaardigheid.

The romance of the middle can exist when one’s empathy is aligned with the people expressing opinions on policy or culture rather than with those who will be affected by these policies or cultural norms. Buried in this argument, whether we realize it or not, is the fact that these policies change people’s lives.

Jones stelt dat het streven naar ‘our performance of national unity’ belangrijker blijkt te zijn dan het gesprek over ‘our core values’. Dat kan nooit het geval zijn. Want:

Compromise is not valuable in its own right, and justice seldom dwells in the middle.

Crisis in mijn hoofd

Zo, daar zat ik dan op de bank. Die laatste zin dreunde hard en lang na. Dat gevoel schudde ik de dagen erna maar moeilijk van me af. Waarom? Omdat ik bij alles wat ik doe op zoek ben naar een common ground. Tegelijkertijd sta ik mezelf voor op het hebben van een stevige morele antenne. En nu stelt iemand dat dit niet samengaat, onderbouwd op een manier waar ik het niet mee oneens kàn zijn. Dat leidde tot een crisis in m’n hoofd.

Gelukkig las ik gisteren in de Volkskrant een column van Gerard Drosterij, We moeten de consensus niet opgelegd willen krijgen van bovenaf, maar er zelf dagelijks naar streven (hier te vinden zonder betaalmuur).

Hij wijst erop dat mensen nu eenmaal verschillende denkbeelden kunnen hebben. Die denkbeelden kunnen ‘goed’ of ‘fout’ zijn, maar dat maakt die mensen niet alleen ‘goed’ of alleen ‘fout’. Vanuit dat besef is het te makkelijk om de ander te veroordelen en het daarbij te laten. Want juist het omgekeerde is nodig: niet de ander veroordelen, maar het gesprek aangaan over het ‘foute’ denkbeeld. Dat is niet gemakkelijk, maar dat is samenleven nu eenmaal niet. Op microniveau niet, en op macroniveau al helemaal niet. Maar we moeten nu eenmaal.

Dat vind ik ook! Dat stelde me gerust: je kunt dus net zo goed tot de conclusie komen dat het zoeken van consensus wél goed is.

Drosterij heeft daarbij wel een belangrijke opmerking, namelijk dat je zelf aan aan de slag moet. Want:

We moeten niet die consensus opgelegd willen krijgen van bovenaf, maar er zelf dagelijks naar streven, met vallen en opstaan, en onderwijl de verschillen accepteren.

Het ene compromis is het andere niet

Ik zat hier even op te kauwen, want de geruststelling in de column van Drosterij was nog geen verklaring voor mijn onrust na het lezen van het artikel van Jones. Hoe konden beide ‘waar’ zijn?

Ik realiseerde me dat Drosterij’s consensus die van bovenaf wordt opgelegd precies het soort compromis is waar Jones voor waarschuwt. Jones en Drosterij zijn het dus eens over waar het mis gaat.

Maar het ene compromis is het andere niet. Jones’ analyse gaat namelijk over compromissen op maatschappelijk niveau. Daar zijn allerlei problemen mee, zeker als er sprake is van systemische ongelijkheid. Wanneer andermans ideeën dominant zijn, en de jouwe niet serieus worden genomen in het maatschappelijke debat, is het compromis dat daaruit voortkomt twijfelachtig. Een compromis op andermans voorwaarden is geen compromis. Dat is een afgedwongen overgave. (Ik denk dat het veilig is om te zeggen dat dat in de Verenigde Staten het geval is. En dat dat in Nederland — weliswaar in mindere mate — zeker ook voorkomt.)

Waar Jones in de VS gefrustreerd vaststelt dat omwille van national unity het werkelijke gesprek niet plaats vindt, stelt Drosterij over Nederland:

Zelfbenoemde strijders voor rechtvaardigheid en het vrije woord zijn al lang en hard bezig met (…) de verwerping van het verschil. Zodat zelfs die dierbare, relatieve vrede in Nederland, de oppervlakkige consensus, er niet eens meer in lijkt te zitten.

Drosterij deelt dus Jones’ analyse. Tegelijkertijd zet hij daar het compromis op individueel niveau naast. Eenieder heeft de (morele) taak om op individueel niveau te zoeken naar compromissen. Zo trainen we als het ware onze compromisspieren, zodat dat op maatschappelijk niveau ook mogelijk blijft.

Het heeft niet zoveel zin om moreel gelijk te hebben, en op dat gevoel weg te dobberen. Andersom heeft het net zo min zin om andermans denkbeelden niet serieus te nemen, omdat ze verschillen van die van jou en jouw denkbeelden nu eenmaal dominant zijn in het maatschappelijke discours. Je moet de verschillen willen zien en hard aan het werk om ze te overbruggen.

Als dat maatschappelijk te moeilijk is, doe het dan in ieder geval op individueel niveau. Dat vind ik een mooie opdracht voor mezelf.