Mats leert veters strikken, en is links. Ik ben de lulligste niet, en probeer het voor te doen. Met links, dus voor mij omgekeerd. De beschrijving ‘hopeloos falen’ komt niet in de buurt van wat er gebeurde.


Goochelen met leraren
Het valt me vaker op en soms loopt het over m’n schoenen: nieuws dat eigenlijk geen nieuws is. Met vandaag: ’Leraren willen strengere coronamaatregelen in de klas’.
Vakbond Leraren In Actie (LIA), zo’n naam die de lading direct dekt, heeft een peiling gehouden onder de leden. Daaruit komt het beeld naar voren dat het slecht gesteld is met de naleving van coronaregels door leerlingen. Reden genoeg om er in het persbericht geen gras over te laten groeien. ’Het water staat het hele onderwijs aan de lippen, regering, houd leerlingen, leraren, ondersteunend personeel en ouders heel, zodat het onderwijs zo goed en veilig mogelijk door kan gaan.’
LIA-voorzitter Peter Althuizen vindt dat de zorgen van leraren niet serieus worden genomen. Zwaaiend met de resultaten van de meest recente LIA-peiling pleit hij voor meer verplichte voorzorgsmaatregelen in de klas. ’Maar dat willen ze in Den Haag niet horen want de school is een soort opvang geworden voor kinderen van werkende ouders,’ blijkt Althuizen niet te beroerd voor een sappige quote.
Ferme taal, maar waar is die op gebaseerd? Ja, er was een LIA-peiling, maar wat daarin is gevraagd is onduidelijk. De sociaal wetenschapper in mij laat deze even lopen, want de respons is wel bekend. En alleen daaruit wordt al heel veel duidelijk.
Uit de peiling blijkt dat 55% ’het niet veilig vindt om door te gaan met het huidige klassikale onderwijs aan volle klassen’.
Stevige cijfers! 55% van de leraren in het voortgezet onderwijs wil op een andere manier lesgeven! Leraren in actie! Minister Slob moet aan de bak!
Nou nee. Die 55% is namelijk niet 55% van het totaal aantal leraren in het voortgezet onderwijs, maar van de 15% van de 2200 LIA-leden die de moeite hadden genomen om de vragenlijst in te vullen. Dat zijn 182 docenten. Dus 8,3% van de LIA-leden is voor strengere maatregelen.
Dat is al een stuk lager, en hier blijft helemaal niets van over als we 182 bezorgde docenten afzetten tegen de gehele populatie docenten in het voortgezet onderwijs. Dat zijn er 75.234 (weliswaar peiljaar 2019, maar het schommelt al jaren rond de 75.000).
182 docenten op 75.234 komt neer op 0,24%. 24 op de 10.000. Een bescheiden klas op zo’n 333 volle klassen van dertig.
Is er ook een vakbond ‘Leraren die nadenken voordat ze in actie komen’?


De ploegleider die je iedereen wenst
Mijn liefde voor Marc Madiot, ploegleider van wielerploeg Groupama-FDJ wordt met elke ronde groter.
Het begon met de overwinning van Thibaut Pinot op de Tourmalet in de Tour de France vorig jaar:
(En, omdat ik weet dat je er niet genoeg van krijgt, hierbij uit een andere hoek: via de Twitterfeed van Groupama-FDJ.)
Wellicht een beetje over the top, en veel mensen zullen het vooral grappig hebben gevonden. Zoals je lacht om een kind dat op Sinterklaasavond dat vurig begeerde cadeau krijgt en dat de rest van de avond in volle onschuldige blijdschap aan iedereen duidelijk blijft maken, totdat het eigenlijk ongemakkelijk wordt.
Maar zo ziet pure sportbeleving eruit. (Bij iedereen die beweert van niet, staat het filter te strak afgesteld. Of je houdt niet voldoende van sport — moeilijk te geloven, maar dat kan — of je onderdrukt je emoties liever — goed mogelijk, maar op langere termijn niet handig voor je mentale gezondheid.)
Pure sportbeleving heeft ook een andere kant, laat Madiot in diezelfde Tour de France zien. Pinot heeft een paar dagen later met een blessure af moeten stappen, en is ontroostbaar. Ook in dergelijke slechte tijden is Madiot er voor zijn renner (met hier een vertaling voor als je Frans wat roestig is geworden). Prachtig.
En dat het niet alleen in de magie tussen Madiot en Pinot zit, laat dit filmpje zien. Arnaud Démare, topsprinter van de ploeg, wint alweer z’n tweede etappe in de huidige Giro d’Italia. Madiot leeft in spanning mee met de laatste kilometer, roept wat aanmoedigingen naar het enorme scherm (‘Allez Nono, allez mon pétit!’) en sluit af met ‘Oui. Oui, oui, oui. Alors.’
Het is alsof ik naar mezelf zit te kijken tijdens een wielerkoers.
Naschrift 30 oktober 2020
Tot mijn grote vreugde zag ik bij toeval dit filmpje uit 2013 voorbij komen. Genieten.
Kruiswijk rijdt weer de Giro
In mei 2016 zat ik verslagen voor de televisie in een vakantiehuis in de Provence. Steven Kruiswijk ging de Giro d’Italia winnen, totdat hij in de afdaling van de Col d’Agnel in een sneeuwmuur belandde. Wat was ik daar ziek van.
Kruiswijk vast ook, maar hij doet er heerlijk opgeruimd over. Op de vraag wat het met hem doet dat de Col d’Agnel dit jaar weer in het parcours zit, zegt hij:
Ik heb daar geen angst voor, ben daar nu niet mee bezig. Het is één bocht in de 3.500 kilometer die we gaan fietsen. Al die andere kilometers zal ik ook moeten opletten.
Hup Steven!
Plus Codes
Je kunt zeggen wat je wilt over Google — en dat is ook terecht — maar dit is heel cool: een ‘adres’ gebaseerd op de lengte- en breedtegraad van de locatie.
Dat is in een land dat zo netjes is aangeharkt als Nederland niet echt nodig, maar voor miljarden mensen die nu niet een officieel adres hebben, een uitkomst. (Ik kreeg direct van Martine op m’n kop dat er in Nederland tienduizenden mensen zijn zonder adres, omdat ze geen vaste woon- of verblijfplaats hebben. Dus ook in Nederland is het behulpzaam.)
Ik ben benieuwd hoe wijdverspreid dit gaat worden.
Hoe golf hoort te zijn
Wat een heerlijk artikel is dit. Bryson DeChambeau wint een van de majors in golf, de US Open. Maar de manier waarop hij dat deed valt niet bij iedereen in de goede aarde.
Allereerst is-ie in een jaar 18 kilogram zwaarder geworden. Gevolg: hij slaat de bal gemiddeld verder dan andere toppers. Dan is een boom geen obstakel meer, maar een mikpunt om overheen te slaan.
En het boeit het hem niks als-ie in de rough slaat. Want hij heeft eindeloos gewerkt aan een ‘mechanische swing’, waarmee hij zich uit elke situatie kan redden.
Rory McIlroy, als viervoudig major-winnaar bepaald geen pannenkoek, heeft hierop een schitterende reactie: ‘Dit is volgens mij niet de manier waarop deze baan of dit toernooi gespeeld moet worden.’
Als het conservatisme er zo vanaf spat, kun je mij opvegen.

Literatuur in de Tweede Kamer
Het kan iedereen gebeuren: een citaat net niet goed, of net uit zijn verband gebruiken. Dat heeft eigenlijk nooit consequenties, totdat je het gebruikt in het bijzijn van iemand die het citaat van binnen én buiten kent. Het gesprek dat dan volgt, kan alle kanten op. Van een frontale ontkenning dat je fout zit tot afdruipen met de staart tussen je benen. Van Homerisch gelach over zoveel hybris tot het terloops noemen van het correcte citaat.
Lodewijk Asscher en Gert-Jan Segers geven hier een gulden middenweg als voorbeeld van, gelukkig vastgelegd in de annalen van de parlementaire democratie.
Mooi hoe Asscher hier met respect Gert-Jan Segers uitlegt hoe Elsschot het werkelijk heeft bedoeld. En net zo mooi hoe Segers met opgeheven hoofd zijn verlies neemt.
De heer Asscher (PvdA):
De heer Segers citeerde in zijn mooie bijdrage Het Huwelijk van Elsschot: “Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.” Ik denk dat hij daarmee verwijst naar de coalitie. Dat gaat natuurlijk over een man die ervan droomt om z’n vrouw dood te slaan …De voorzitter:
Zo!De heer Asscher (PvdA):
… omdat hij dat huwelijk zo zat is.De heer Segers (ChristenUnie):
Dat had ik me niet helemaal gerealiseerd.De heer Asscher (PvdA):
“En hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard …De heer Segers (ChristenUnie):
Hier had ik beter over na moeten denken.De heer Asscher (PvdA):
… maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond het merg uit haar gebeente.” Dat is het gedicht dat u net citeerde.De voorzitter:
Wist u dat, meneer Segers?De heer Segers (ChristenUnie):
Dit is een opmaat naar een gruwelijke vraag.(Hilariteit)
De heer Segers (ChristenUnie):
Nee, deze zin viel mij te binnen en deze interruptie heb ik niet zien aankomen. Ik had dit beter moeten voorbereiden.De heer Asscher (PvdA):
Geen verwijten aan uw medewerkers.De heer Segers (ChristenUnie):
Ik heb het zelf geschreven.De heer Asscher (PvdA):
Maar de vraag ging wel over droom, daad en verantwoordelijkheid. Daarom snapte ik het citaat wel. Het was vast niet zo wreed bedoeld richting het voltooid leven van dit kabinet.De heer Segers (ChristenUnie):
U weet hoe ik denk over voltooid leven.
Subscribe
Je weet dat je zoon net iets te vaak naar YouTube-kanalen kijkt, als je de Hema verlaat en hij zegt: ‘Thanks guys! Subscribe to the Hema-channel!’
Uitgangen
Daar zit ik dan. Met m’n grote mond dat ik altijd kan eten. En alles. Maar ik voelde me na de kip massala opeens niet lekker. Die kwam er dus langs dezelfde weg weer uit. En op hetzelfde moment besloot mijn lichaam dat de maaltijden van de vorige dagen voldoende waren verteerd.
Dubbele ellende.

Deelder
Op onze Rotterdamse scheurkalender stond vandaag een gedicht van Jules Deelder. Genieten.
Waar de natie
bietjes eetbikt Rotterdam
z’n krotenVandaar dat hier
de krotenkoker heerstwaar elders
in den landede zakkenwasser
prevaleert


Zijn tweeëntwintig was nog schoon
Laurens ten Dam, oud-prof en full-time bikkel op de fiets, maakte een prachtig document over het beste (sport)boek dat ooit is geschreven: De Renner van Tim Krabbé. Sfeer goed, beelden goed, gesprekken goed, interviews goed. Ik denk dat het moeilijkste van de film is geweest om een titel te kiezen uit een van de talrijke zinnen uit het boek die daarvoor in aanmerking komt. Maar ook dat is gelukt: ‘Zijn tweeëntwintig was nog schoon’.
Vooral de gesprekken over het boek vond ik mooi. Sidekick Stephan Bolt geniet van de prachtige zinnen, terwijl Ten Dam zich vertwijfeld afvraagt waarom de hoofdpersoon in godsnaam daar al een demarrage plaatst. De liefde voor het boek spat ervan af, hoewel beide een compleet verschillende samenvatting zouden geven als ze dat zou zijn gevraagd.
Ik was extra geïnteresseerd hoe Krabbé nu op de onvermijdelijke vraag zou reageren wat De Renner probeert te beschrijven. In een aflevering van Benali Boekt, waarover ik hier schreef, ontkende hij al dat het boek over meer gaat dan de koers. Maar een aarzeling bij die uitspraak liet de deur toch op een kier.
In ‘Zijn tweeentwintig was nog schoon’ is die aarzeling weg (vanaf 16:21 min). Sporza-wielercommentator Michiel Wuyts zou zeggen dat ‘het evident is dat hij zich heeft verdapperd’.
Jammer.






