Lege brug

Het is midden op de dag, maar COVID-19 — of beter gezegd de overheidsmaatregelen — doet rare dingen met de drukte op straat.

Credits: Unsplash

Ballen

Eén detail dat ik niet in de informatie was tegengekomen, trok mijn aandacht in het verhaal van de arts.

‘Het voelt even alsof je in je ballen wordt geschopt.’

Ik heb twee zoons dus dat maak ik met enige regelmaat mee. ‘s Ochtends op bed, op weg naar de tramhalte, op de bank. Ik ben erop beducht, maar heb me erbij neergelegd dat het voorkomt. Prettig is het nooit.

‘Oh,’ lach ik wat ongemakkelijk, ‘dat staat nergens.’

‘Ja,’ zegt de arts die de a wat uitrekt alsof hij er nog heel veel meer over te zeggen heeft, maar dat nu niet gaat doen.

Ik laat het erbij. Het is niet dat dit me doet besluiten er nu nog van af te zien. Ik kleed me uit en ga op de tafel liggen.

De arts gaat aan de slag. Hij mompelt wat geruststellende woorden terwijl hij me verdooft. Dan waarschuwt hij me. ‘Nu gaat het even zeer doen.’

Dat doet het. Zoals een geur me onverwachts kan terugbrengen naar het verleden, blijkt pijn dat ook te kunnen. Ik herinner me de grond van de gymzaal van de middelbare school na een onhandige actie van een klasgenoot tijdens een potje voetbal.

De pijnscheut vraagt om een lichamelijke reactie, dus ik kreun en grinnik wat. Dubbelklappen, een beweging die ik vaker gebruik in situaties als deze, lijkt me niet handig. Het gegrinnik is ook van opluchting, merk ik. Dit was het dan.

De arts maakt echter geen aanstalten om te stoppen. Dan besef ik: ik heb er nog een. De tweede waarschuwing van de arts is al niet meer nodig, het soort pijn is nu te vers. Het mechanisme dat de vooruitgang van de mensheid heeft zekergesteld, dat ervoor zorgt dat mensen elke ochtend toch weer hun bed uitstappen, werkt niet binnen twee minuten.

Ik zet me schrap, maar dat zorgt er niet voor dat de pijn minder is. Hoe zou dat ook? De kreun is harder dan net. Ik lach hardop, ik moet iets.

De arts zegt dat ik het goed doe. Als hij doelt op hoe ik mezelf voor de gek houd, heeft hij een punt.

Evolutie

Iedereen kent de basale noties van de evolutietheorie van Darwin. Natuurlijke selectie van eigenschappen die ervoor zorgen dat leven zich blijft aanpassen aan veranderende omstandigheden. Dat is wel zo handig om te overleven. Er is één nadeel: het duurt een groot aantal generaties voordat die selectie daadwerkelijk is voltooid.

Maar dat lijkt toch niet zo te zijn. Het wetenschappelijk bewijs dat leven zich veel sneller aanpast, bijvoorbeeld van generatie op generatie, stapelt zich namelijk op. Dat levert om meerdere redenen een bijzonder boeiend artikel op. Hoe doet leven dat dan? En hoe reageert de wetenschap die zich bezighoudt met evolutiebiologie op deze ontdekkingen? (Spoiler: niet heel ontvankelijk.)

Leeftijd is ook maar een nummer

Er is een ster die ouder is dan het heelal zelf. Behalve dat dat natuurlijk niet kan.

De meetmethode om de leeftijd van sterren te bepalen is een andere dan die wordt gebruikt om de leeftijd van het heelal te berekenen. En de twee lopen bepaald niet synchroon in hun uitkomsten.

Dus wordt er aan beide kanten geknutseld aan de methode. Dat — en dat vind ik hilarisch — het verschil niet per se kleiner maakt.

Mijn naïviteit en de marathon

Iets meer dan een jaar geleden linkte ik naar dit artikel waarin werd betoogd dat met het wereldrecord van Eliud Kipchoge op de marathon, de rek er wel uit was.

Maar dat bleek een nogal naïeve gedachte.

Want afgelopen weekend liep Kipchoge op fenomenale wijze onder de twee uur. (Vreemd genoeg zijn er mensen die deze prestatie niet op waarde schatten. Ja, het was geen echte marathon. Ja, hij had de hele tijd verse hazen. En een auto die de snelheid aangaf. Maar dat doet natuurlijk helemaal niks af aan de menselijke prestatie van twee uur lang zo hard lopen. Alsof dat afhankelijk zou moeten zijn van zelf opgelegde regels die een paar mensen in een congreszaal met elkaar afspreken.)

Dit gaat hem het vertrouwen geven om dit ook in een ‘gewone’ stadsmarathon te gaan doen, zei ik direct tegen Martine. In retrospectief gaf de vorige sub-2 poging in Monza hem waarschijnlijk het vertrouwen om anderhalve minuut van het toenmalige wereldrecord af te halen.

Hij is dezelfde mening toegedaan. Natuurlijk. In mijn naïviteit was ik vergeten dat topsport begint met het najagen van schijnbaar onbereikbare ambities. Als nu al duidelijk is dat het met die onbereikbaarheid wel meevalt, is het geen ambitie meer maar een doel. En als er iets is waar topsporters wel raad mee weten, is het een doel.

Kenenisa Bekele, die in september tot op twee seconden van het officiële wereldrecord kwam, denkt er ongetwijfeld hetzelfde over. Dat wordt een mooie strijd, hopelijk in dezelfde marathon.

Lift

Het filmpje blijkt al een aantal jaren oud, maar lijkt me nog steeds relevant. Speciaal voor al die mensen die af en toe klagen dat Siri ze maar niet verstaat - waartoe ik overigens ook behoor. En wensten dat ze een native speaker waren.

Bacteriofagen

Nederland loopt internationaal voorop in de strijd tegen anti-microbiële resistentie, oftewel tegen bacteriën die ongevoelig zijn (geworden) voor antibiotica. Een bacteriële infectie ontaardt zo in een chronische infectie, wat in ieder geval knap onhandig is en bij sommige patiënten zelfs dodelijk.

Logisch dus dat er hard wordt gezocht naar alternatieven voor antibiotica of wordt gewerkt aan de doorontwikkeling ervan. Bacteriofagen lijken een kansrijke optie. De zoektocht ernaar heeft veel weg van een detectiveverhaal, met een belangrijke rol voor poep.

Als dat je fantasie niet prikkelt, dan weet ik het ook niet meer.

Arbitrair lijstje

The Guardian publiceerde een lijst van de beste 100 films van de 21e eeuw. Net niet arbitrair, maar ik constateer wel dat er een aantal twijfelachtige films op staan, of goede films op een onverklaarbaar lage plek.

Terwijl ik me daarover lichtjes aan het opwinden was, en tegen Martine klaagde, vroeg ik me af of ik de enige was die van de lijst niet zo heel veel begreep.

Nou, bepaald niet. Dus: scroll door de lijst terwijl je popcorn klaarmaakt, en begin dan aan de reacties.