Holistische kapper

Sommige dingen verzin je gewoon niet. Ook niet als je een stelletje creatievelingen twee uur laat brainstormen. En toch bestaat ze: de holistische kapper.

Michelle van Coevorden, Amsterdam, 34, ‘knipt al jaren blokkades uit de haren van haar klanten’. Wat volgt, kan ik eigenlijk alleen maar recht doen door het integraal over te nemen.

Houden we zoveel vast in ons haar dan?

Mijn handen staan best wel ‘aan’ en als klanten in mijn handen komen, neem ik ze onder mijn vleugels. Ik was haar met intentie, ik knip haar met intentie. Op energetische lagen gebeurt er veel, zo ontstaan er energieophopingen. Door je haar af te ­laten knippen begin je met een schone lei en ontstaat er ruimte voor een transformatie. Na afloop hoor ik regelmatig dat mensen zich op alle fronten lichter voelen.

Hoe werkt dat dan precies?

Voordat ik begin met knippen kijk ik wat voor persoon je bent, wat je hart wil uitdragen en hoe je met je handen door je haar beweegt. Op basis van die informatie knip ik de rauwe randjes eraf zodat iemand meer in zijn ­eigen kapsel kan staan.

Zeppelins voor vrachtschepen

Gigantische zeppelins die in plaats van vrachtschepen goederen vervoeren tegen een fractie van de CO2-uitstoot: wat een interessant idee!

Minstens zo interessant zijn de obstakels die critici opwerpen. Ze komen allemaal voorbij: beperkende regelgeving, technologische onmogelijkheden, veiligheid, maatschappelijke acceptatie. Wat direct wordt getackeld met onvervalst vooruitgangsoptimisme. Heerlijk.

Toneelschilders

Ik kijk al heel lang met heel veel plezier heel veel films. Maar ik had me nog nooit afgevraagd hoe de achtergrond in films werd gemaakt.

Dat is natuurlijk niet helemaal waar. De opkomst van CGI en de bijbehorende veranderingen waren heus niet aan mij voorbij gegaan. Daar heb ik vast wel eens een gedachte aan gewijd. Maar grappig genoeg heb ik toen nooit bedacht hoe daarvoor de scènes werden vormgegeven. Ik kan niet anders dan concluderen dat ik ervan uitging dat dat allemaal op locatie werd gefilmd.

Nou, dat was een nogal naïeve veronderstelling. Er was — en met CGI in steeds mindere mate is — een hele industrie aan scenic artists. Deze toneelschilders moe(s)ten de achtergronden in scènes zo levensecht vormgeven, rekening houdend met belichting en camerapositie. Dat lukte dus nogal goed. Wow.

(Toneelschilder als letterlijke vertaling is ook een correct Nederlands woord. Waarvan ik ook al onwetend was…)

Grijpmachines

Grijpmachines hebben een magische aantrekkingskracht. Ook op mij. Want het ziet er zo gemakkelijk uit, terwijl er zoveel — letterlijk — voor het grijpen ligt.

Door financiële schade en schande over mijn kunnen wijs geworden, beheers ik tegenwoordig die impuls. Nu blijkt dat die schaamte nergens voor nodig is: grijpmachines hebben weinig te maken met vaardigheden, en des te meer met geluk. En ze hebben een fascinerende geschiedenis.

(Ik weet dat de scène uit Toy Story ook in het gelinkte artikel staat, maar hij is te leuk om niet zelf te linken. ’The claw…’)

De sterkste dammer

Als kind keek ik vaak en gebiologeerd naar ‘De sterkste man van …’. Tjalling van den Bosch en, mijn favoriet, Ted van der Parre: oermensen die bovenmenselijke krachtdingen deden. Fascinerend. Maar zoals met wel meer dingen uit mijn kindertijd heb ik daar de afgelopen 25 jaar niet vaak meer aan gedacht. Oké, nooit.

Tot dit interview. Tjalling damt! (Die zag ik niet aankomen. Maar dat zegt veel over mij en niets over hem.) En Ted kweekte mini-tomaatjes!

Op zoek naar Ubaye

Zo’n rivier begint toch ergens, en we waren vlakbij. Het daadwerkelijke startpunt was bijzonder underwhelming, maar dat zegt alles over mijn verwachtingen. Dat kun je de rivier niet kwalijk nemen.

Over geld

Geld. Het is zo gewoon dat ik er niet bij stil sta hoe bijzonder het concept eigenlijk is. Dit artikel beschrijft de roerige geschiedenis van geld, die bepaald niet teleurstelt qua kleurrijke figuren.

En passant begrijp ik nu ook een stuk meer over macro-economie. Dat zegt waarschijnlijk iets over hoe ik tijdens m’n studie heb opgelet bij het vak Economie van de collectieve sector.

Credits: Unsplash

Chinese tekens

Wat is sneller om te typen op een mobiele telefoon? Een tekst in het Nederlands of een tekst in het Chinees?

Totdat ik dit fascinerende artikel las, zou ik op die vraag altijd ‘Nederlands’ hebben geantwoord. Want zeg nou zelf: de complexiteit van 26 letters in het alfabet om woorden te maken valt in het niet bij 75.000 individuele karakters.

Dat is natuurlijk waar, maar dat is buiten de wet van de remmende voorsprong én software gerekend. Want veel Chinezen kennen het QWERTY-toetsenbord niet — waarom zouden ze ook? Die gewoonte zit hen dus ook niet in de weg om efficiënte methodes te vinden om zo snel mogelijk te typen.

Bovendien helpt software — als een soort oliemannetje — om op basis van een classificatie van de tekens te voorspellen welk teken de gebruiker wil invoeren. En dan gaat het dus sneller dan via een ouderwets QWERTY-toetsenbord.

(Voorspellend typen kan natuurlijk ook met het alfabet. Maar dan moeten mensen wel anders leren typen. Daar blijken er maar weinig zin in te hebben. Ik ook niet.)

Competitief meppen

Ik kijk heel veel sport. Ik heb er zelfs — beleidsmatig — m’n werk van gemaakt. Ik ben dus wat gewend.

Maar dit is serieus awesome. Ik ben er net zo enthousiast over als de schrijver van dit artikel die alles uit de kast trekt om zijn verrukking onder woorden te brengen. Terecht.