Dit zijn Ikume (de grijze) en Mimaki (de oranje). Verwacht meer kattenfoto’s alhier – maar dat is ook logisch.







De jonge vrouw op de scooter kijkt de andere kant op dan verstandig is. De haaientanden hebben op die manier geen betekenis dus zekerheidshalve rem ik hard met de bakfiets — net op tijd.
In zulke situaties bel ik nooit, ik roep gewoon heel hard ‘hé!’. Dat werkt heel goed want het hele kruispunt hoort het, en ik ben direct een deel van de schrik kwijt.
Zij remt nu ook en staat half op het fietspad stil. Ze kijkt me nauwelijks geschrokken aan, maar zegt wel ‘sorry’. Mijn humeur is daar niet plotsklaps door verbeterd, en dat ziet ze aan mijn gezicht. Dat zint haar niks. Terwijl ze alweer gas geeft, bijt ze me toe: ‘Ik zei toch al sorry!’
Enigszins verbouwereerd kijk ik haar na. Het ene excuus is het andere niet.




Ik sta op tijd langs het parcours voor de Tour des Femmes. Langzaam verschijnen er steeds meer toeschouwers.
Achter me komt een man aangefietst met een stokbrood onder z’n arm. Hij parkeert z’n fiets vlakbij me. Ik zeg: ‘Heb je nou expres een stokbrood meegenomen?’ Hij lacht wat schaapachtig en gaat verder met het op slot zetten van zijn fiets. Ik focus me op de eerste ploegauto’s die inmiddels voorbijkomen.
Een paar minuten later staat dezelfde man naast me zijn stokbrood op te eten. Hij vraagt me wanneer de rensters langskomen en doet dan een ontboezeming. ‘Dit is m’n lunchpauze. Ik koop nooit stokbrood maar nu wel. Ik snap ook niet waarom. Maar het is zeker toepasselijk!’
Samen lachen we om deze synchroniciteit. We klappen voor de rensters en nemen afscheid.




